zaterdag 28 januari 2017

het vervolg, maar dan aan de overkant...

AGNES TEKENT & VERTELT ERBIJ… impressies uit Zeeuws-Vlaanderen




Waar ben ik:       iets buiten Hoek. Het heet hier Altena
Wat zie ik:           tien huisjes op een rij. Allemaal anders.

“We moeten betalen om hier in en uit te kunnen.”

Als je vanuit de Westerscheldetunnel de 7 kilometer duisternis verruilt voor de frisse Zeeuws Vlaamse hemel, kun je kiezen uit twee vooruitstrevende vergezichten: rechts een ritmische compositie van  opslagtanks, en schoorsteenpijpen die overtuigend concurreren met die hemel. En links immer één van de sluizen die brutaal diezelfde hemel bestijgt. Zo van: hier sta ik. Recht omhoog. De scheepvaart dienstdoend, de economie kussend….

Ok, daar zijn we. In Zeeuws-Vlaanderen. Maar nu even met onze benen op de grond. Na deze poëtische horizon begint het gewone leven en zie ik rechts tien huisjes. Op de achtergrond de skyline van Hoek. De tien huisjes staan daar zichzelf te zijn, helemaal alleen, samen. Allemaal anders qua bouw. Een mooi rijtje. Hier wil ik heen en hier wil ik  meer van weten.

Het regent, dus vanuit de auto maak ik een snelle schets. Een man met handschoenen rijdt dwars door mijn lijnen. Ik onderbreek hem. Het lijkt of hij zich overvallen voelt. Volgens hem kan ik het beter vragen aan Dirk. “Die woont hier al langer.” Hij wijst naar het huis met de groene kozijnen.

Dirk in een blauwe tuinbroek verschijnt en in de deuropening probeer ik mijn missie uit te leggen. Ik mag binnenkomen. “Wij zijn de reservebelgen, he?” grapt hij in het gangetje. Binnen tref ik Francien, zijn vrouw. De deur die Dirk voor me opendeed, die deur is onmogelijk om mee in huis te vallen. Want Francien zit achter een groot apparaat, en daar kan ik niet omheen. Ik kan het niet negeren. Haar ogen gaan hard achteruit. “Macula-degeneratie” legt ze me uit. En het apparaat is een beeldschermloep. Centimeter voor centimeter leest ze de krant en vervolgens gaat mijn schetsboek eronder. “Gezonde mensen hebben honderd wensen;  zieken maar één” relativeert Francien, terwijl ze mijn tekeningen onder het apparaat doorschuift.

Ik heb vragen over het buurtschap Altena. De tien huisjes. Arbeidershuisjes, ze hoorden oorspronkelijk bij de boerderij, iets verderop, huis Altena. Dirk vertelt over bouw van de huizen, de jaren dertig toen de Franse kap, een dak met een knik, populair werd. Dirk werd geboren in Terneuzen, Francien in Philippine.  “We hebben een touwtje tussenbeide gespannen, en waar het brak, zijn we gaan wonen; da’s hier. Zo’n beetje precies halverwege” vult Dirk aan.

We kletsen wat af. We hebben het over het mussenrestaurant op de achterplaats. De vogels krijgen daar goed te eten en fladderen af en aan. Over Dirk’s werk als loodgieter. “Tegenwoordig heet het installateur…” bromt hij. Over hoe je een protestant of katholiek in Zeeuws-Vlaanderen aan zijn achternaam kunt herkennen. Maar ook over de positie van dit stukje Nederland. De grap over de nepbelgen bij binnenkomst krijgt een vervolg. Dirk noemt zichzelf één van de vele bewoners uit de overzeese gebieden. “Overzeeuws” verbetert hij. En ja, ze moeten betalen om hier er in en uit te kunnen. Nee, wat dat betreft zijn Francien en Dirk helemaal op België georiënteerd.

“Jij hebt eigenlijk best wel een mooi beroep, he? Overal een beetje rondsnuffelen…” merkt Dirk op.  Ik ben dankbaar dat ik bijna drie kwartier bij deze lieve mensen aan tafel heb gezeten. En een verhaal bij de tien huisjes kan schrijven. De ontbijtspullen staan nog steeds op tafel. Evenals de pillendoos. Een actieve mus raakt met de linkervleugel het raam. Francien gaat verder met haar kranten.

Eigenlijk is het hier te gezellig, maar ik moet weg. Er staan nog een aantal afspraken gepland vandaag. En omdat ik toch voor die tunnel heb betaald om in Zeeuws-Vlaanderen te komen, plan ik meerdere verplichtingen op dezelfde dag… Dirk is nieuwsgierig en vraagt wat ik dan allemaal moet doen. Als ik vertel dat ik onder andere naar Zaamslag moet, drukt hij me op het hart langs te gaan bij Henk. “Doe hem de groeten, hij heeft een museumpje met allerlei spionagecameraatjes.”

In de auto, onderweg naar Zaamslag, realiseer ik me dat Dirk zo’n gelijk heeft: ik ben gezegend met een mooi vak. Overal een beetje rondsnuffelen… En ik verzin wat een museumpje met spionagecameraatjes kan zijn? In Zaamslag waag ik een poging. Dat museumpje blijkt een waar verhaal. Als ik aanbel bij Henk, zie ik op de voordeur een artikel uit de ScheldeXpress hangen. Hij is trots dat de eerste nieuwe krant zo’n groot artikel aan zijn Minox-verzameling heeft gewijd. En voor de tweede keer vandaag word ik verrast en ben ik nog lang niet thuis…


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen